WUNDERKAMMER
Een Wunderkammer was in de 16e-18e eeuw bedoeld om te pronken, maar ook om chaos te ordenen. Het was een poging om alle wonderen van de schepping bij elkaar te harken in één kamer. Het was een privaat kunst- en rariteitenkabinet van opgezette dieren tot wetenschappelijk materiaal. In het boek ‘Wunderkammer’ (2017) onderscheidt auteur Thijs Demeulemeester vier categorieën voorwerpen die je in een Wunderkammer kunt vinden. De eerste is naturalia, dat is alles wat afkomstig is uit de natuur. Denk aan korstmossen, stenen en koralen. De tweede is scientifica, dit zijn instrumenten die in de wetenschap worden gebruikt. Gevolgd door preciosa waar objecten en kunst onder vallen die door de mens zijn gemaakt. En de lijst wordt afgesloten met exotica wat staat voor zeldzame voorwerpen uit verre landen.
Elk kamermuziekwerk, elk kamermuziekprogramma, elke uitvoerder heeft een verhaal, een eigen wereld. De muziekgeschiedenis levert een eeuwenoude schatkamer aan repertoire op waarin ook creatie de logica zelve is. Want ooit werden die iconische referentiewerken voor het eerst gespeeld, ontdekt, omarmd (of afgestoten). En zo draagt elke creatie het potentieel van toekomstig repertoire in zich. Die werelden willen we delen en laten klinken op een sprekende locatie. Dat kan effectief een huiskamer zijn maar evenzeer een kunstatelier, een leegstaande brouwerij/zwembad, een kapel, een prachtige erfgoedplek, een voormalig klooster, een jeugdhuis, een wintertuin…
DE KLANK VAN DE KAMER
Elke locatie heeft een unieke akoestiek die mee zal bepalen welke kamermuziek voorbestemd is om daar te spelen en vice versa: we gaan op zoek naar de beste locatie voor een specifiek kamermuziekprogramma.
De ‘kamer’ kan ook in de openbare ruimte zijn. We dromen van een reizende installatie (luistercontainer, geluidskunst) in de openbare ruimte.
De akoestiek en architectuur van een voormalige industriële site leent zich voor een immersieve ervaring waarin architectuur, geluid en performance samenkomen. Het kunstatelier van een schilder resoneert dan best voor een intiem duo-concert met luit en stem voor een beperkte capaciteit van 55 luisteraars.
Tevens omarmen we niet-klassieke en niet-Westerse muziek als vanzelfsprekend in onze wunderkammer gedachte. Dé kern blijft die focus op kamermuziek: samen musiceren en luisteren. Door dit te doen, ontstaat er iets heel inclusiefs waarin klassiek, niet-klassiek, Westers, niet-Westers elk vanuit hun sterktes mogen klinken en elkaar versterken.